Posts tonen met het label oude meesters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oude meesters. Alle posts tonen

zaterdag 12 mei 2012

oude meesters (8)

In de rubriek 'oude meesters' wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!

De vorige maand geen 'oude meesters' vanwege de April Heights Haiku Challenge waar ik aan deelnam, maar bij deze is de rubriek weer terug. Met Bashō!


Voor het voorjaar is
met maan en pruimenbloesem
reeds alles gereed!
Matsuo Bashō (1644-1694) 


Dit  is de openingshaiku van het boekje 'Een kikker springt', van Uitgeverij Kairos*. Een bloemlezing met een keuze uit de in 1989 bij Kairos verschenen bundel 'Geluid van Water'.
De uitgever: Bashō heeft met zijn poëtisch vermogen de dichtkunst van zijn tijd vernieuwd en van een onbeduidend vers als de haiku een belangrijke dichtvorm gemaakt. Hij streefde naar lichtheid en eenvoud, naar het één-zijn met de dingen.

Die lichtheid en eenvoud vind ik volledig terug in deze haiku; de dichter verzucht uiterst tevreden de heerlijke zekerheid te hebben dat alle ingrediënten die nodig zijn voor het voorjaar, aanwezig zijn.

Ik herken dat wel. Als half april de kersenbomen en pruimenboom in onze tuin 'exploderen' in al hun pracht, lijkt de winter in één klap definitief voorbij. Dat geeft weer nieuwe energie.
En hoewel de haiku misschien als 'slechts' een mededeling gezien kan worden, zonder veel spanning, weet Bashō me met zijn enthousiasme te raken.
Jazeker, de lente is begonnen!  
 
  
*[ ISBN 90 70338 580 Uitgeverij Kairos, vertaling Henri Kerlen]

zondag 18 maart 2012

oude meesters (7)

In de rubriek 'oude meesters' wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!


Hoe doodeenvoudig
verscheen vandaag de lente:
een zachtblauwe lucht.
Kobayashi Issa (1763-1827)


Een bescheiden, weinig opvallende of spannende haiku, maar herkenbaar als de typische stijl van de boerenzoon die een groot haikumeester werd: Kobayashi Issa. Hij schreef over de mens in zijn gewone leven, in huis en op de akker. Bekend zijn zijn vele haiku's over kleine dieren als kikkers, mussen, en vliegen. En hoewel die me persoonlijk wat minder aanspreken, doet de haiku die ik deze maand heb uitgekozen me wel degelijk wat. Dat is voor een groot deel te danken aan de eenvoud, die, zoals veel vaker in een haiku, even misleidend als aantrekkelijk is.


Er is altijd maar één echte eerste lentedag, en als het zover is dan bestaat daar ook geen twijfel over, iedereen is er zich van bewust. Issa maakt duidelijk dat er eigenlijk weinig voor nodig is, het begin van de lente kan er zomaar zijn. En inderdaad, iets eenvoudiger als een zachtblauwe lucht die je dat gevoel geeft is er haast niet.
Voor mij is het de kersenboom achter ons huis die van de één op de andere dag vol knoppen zit. Of de eerste keer buiten zitten op een stoel uit de keuken. Maar ook die paar spontaan opgekomen krokussen in het gazon. Of de aarzelende, maar onwaarschijnlijk mooie eerste tonen van een merel, die eerder deze maand, even na zessen 's morgens, helemaal voor mij alleen begon te zingen.
En wat is het voor jou?




[Bronnen: De bundels 'Oude Emmer, verhoor mijn gebed' van Ad Beenackers, met 150 poëziebesprekingen, 500 haiku's, tanka's en dichtregels. Uitgeverij IJzer, Utrecht. ISBN 9074328806.   en 'Haiku. Een jonge maan' van J. van Tooren. Uitgeverij Meulenhoff. ISBN 9029027649]

woensdag 22 februari 2012

oude meesters (6)

In de rubriek 'oude meesters' wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!

Honderd mijlen rijp
en ik in mijn kleine boot -
de maan in bezit.
(Yosa Buson, 1716-1783)


Haiku kan een pure beleving van poëzie zijn, stelt uitgeverij Kairos op de binnenflap van de bundel vast. En dat men daar deze winterhaiku zeker bij in gedachten had blijkt wel uit het feit dat het boekje de derde regel van de haiku, ´De maan in bezit´, als titel draagt. Ik kan er alleen maar mee instemmen!

Dat Buson een beroemd schilder was en dat zijn haiku vaak visueel zijn kan geen toeval zijn. Volgens de inleiding van het boekje is in zijn (Buson's) haiku vaak een dimensie aanwezig die niet kan worden uitgedrukt met de middelen van de schilder.
Dus waar Buson er niet in slaagde om het beeld in zijn gedachten op het doek te schilderen wist hij het wel in een haiku neer te zetten...  ik vraag me af of Buson zich ooit op de haiga-schilderkunst heeft gericht?

Bovenstaande haiku benadrukt het nietige van de mens in vergelijking met de ongrijpbare omvang van de wereld en daarbuiten. Maar ook de eenzaamheid van het alleen zijn versus het deel uitmaken van de schoonheid van alles wat er is. Daarmee (en misschien juist wel daardoor) lijkt de 'ik' in de haiku de situatie te kunnen aanvaarden.
Tegenwoordig is er veel aandacht voor 'mindfulness', een levenshouding die zijn oorsprong in het Boeddhisme vindt; letterlijk betekent het 'achtzaamheid'. Door te leven in het moment en aandacht te geven aan jezelf en alles om je heen, wordt acceptatie van onvermijdelijke negatieve en positieve ervaringen mogelijk.
Mooi. Toch?




De haikubundel 'Buson. De maan in bezit' is een uitgave van Uitgeverij Kairos - Soest. ISBN 90 70338 20 3.
Algemene informatie over 'mindfulness' vind je op http://nl.wikipedia.org/wiki/Mindfulness

zaterdag 21 januari 2012

oude meesters (5)

In de rubriek 'oude meesters' wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!


In de winterstorm
zit de kat stil waar hij zit,
aldoor knipogend.
(Yasō)



Zomaar een wintermiddag. Ik zit aan tafel te werken met de laptop. Het is stil in de kamer. Sinds ik een aantal jaren geleden het schrijven actief heb opgepakt merk ik dat ik die stilte nodig heb. Mijn gedachten moeten blijkbaar hun eigen gang kunnen gaan, zonder afleiding.
Taco, onze Jack Russel, zit kaarsrecht en onbeweeglijk wat verderop in de kamer. Hij kijkt mijn richting uit, maar duidelijk met een 'vage' blik, zonder iets te zien. Ik zie hoe zijn ogen langzaam dichtvallen, om ze echter bij het minste of geringste geluid weer open te sperren. Knipogend, totdat hij werkelijk even in slaap valt en zijn evenwicht verliest. Dan weer klaarwakker!
Ik kan het niet helpen te glimlachen, doe net of ik niks merk en koester het moment dat er was. Want zodra ik beweeg of opsta zal hij zich uitrekken en is het knipogen voorbij.


Ondanks dat Yasō het in zijn winterhaiku over een kat heeft, gaan mijn gedachten rechtstreeks naar deze herinnering met Taco. En dat een haiku dus vele interpretaties kan hebben en moeiteloos kan leiden tot verrassende gedachtensprongen, is niet nieuw maar om het weer eens te beseffen best bijzonder. 

Taco



* Ik vond deze haiku in de bundel 'Haiku. Een jonge maan' van J. van Tooren. (Uitgeverij Meulenhoff. ISBN 9029027649).
Over de auteur van de haiku worden verder geen bijzonderheden gegeven, waarschijnlijk gaat het om Saijo Yasō (1892-1970), een professor aan de universiteit in Tokyo.

vrijdag 16 december 2011

oude meesters (4)

In de rubriek 'oude meesters' wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!
De keuze van deze maand is opnieuw (tja, ik ben nu eenmaal een liefhebber van zijn werk..!) gegaan naar een haiku van Yosa Buson (1716-1783):


Een winterse bui -
in de verte staat een reiger
eenzaam in de regen.


"Doordat bijna ieder woord in de haiku van wezenlijk belang is, krijgt ook vanzelf wat tussen de woorden staat betekenis. Er ontstaat een wisselwerking tussen wat wel en wat niet wordt gezegd."*



Bijzonder hoe deze meer dan tweehonderd jaar oude haiku evengoed vandaag geschreven zou kunnen zijn. En daarmee is maar eens weer bewezen dat 'tijdloos' beslist niet saai of alleen maar degelijk is. Integendeel.
Bij de reiger -de soort uit de reigerfamilie die wij in ons land het meeste zien is de blauwe reiger, hoewel de zilverreiger ook steeds vaker voorkomt- passen in mijn ogen woorden als statig, alert, voorzichtig, eenzelvig, beheerst, sierlijk in de lucht met die trage vleugelslagen, en bijna altijd alleen. Alleen, niet eenzaam. De reiger broedt dan wel in kolonies, maar leeft solitair.
Het geluid wat ze voortbrengen is een hard en merkwaardig soort rauw krijsen, van verre herkenbaar! En iets wat ik niet wist is dat de blauwe reiger al sinds 1963 beschermd is in Nederland.

Terug naar de haiku. Misschien roept het zien van die ineengedoken gestalte, zonder gezelschap de winterse kou trotserend, vanzelf al een bepaald gevoel van eenzaamheid op. Alleen al door het kijken ernaar. En ongemerkt neem je op zo'n moment zomaar wat van dat gevoel over.
Kan het zijn dat Buson zich in een dergelijke gemoedstoestand bevond toen hij deze haiku schreef?

 

Als afsluiting een reigerhaiku uit mijn eigen verzameling, die wat lichtvoetiger is dan de haiku van Buson, en allesbehalve tijdloos :)
door de voorruit
een reiger zien opvliegen
je hoofd intrekken


   
 
* de haiku en de cursieve tekst direct volgend op de haiku komen uit de bundel 'Buson. De maan in bezit', van Uitgeverij Kairos, Soest. ISBN 90 70338 20 3.
Gegevens over de blauwe reiger vond ik onder meer op http://nl.wikipedia.org/wiki/Blauwe_reiger

donderdag 17 november 2011

oude meesters (3)

In de rubriek 'oude meesters' wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!

Deze maand is dat een haiku van een leerling van Bashó: Nozawa Bonchó (1640-1714)*:
 


Metgezel van de
vliegende stormen, hoog in
de hemel, één maan.
   


Wie kent het niet: plotseling oog in oog staan met de maan, die zo onverwacht mooi is dat het is alsof je haar voor de allereerste keer ziet. Zelf vind ik de maan altijd wel bijzonder om naar te kijken (in J. van Tooren's 'Haiku. Een jonge maan' wordt het de "steeds veranderende onveranderlijkheid" genoemd. Kan dat het zijn misschien?), maar met name op die momenten dat de maan relatief dicht bij de aarde staat en dus voor het oog reusachtig groot is. Maar ook de kleuren vind ik bijzonder; de variaties die er zijn van koel en fel wit naar zacht oranjegeel.

Men beweert dat in de herfst de maan op haar mooist is. In Engelstalige haiku's zien we prachtige benamingen als 'harvest moon', en ook wel 'hunter's moon', ofwel oogstmaan en jachtmaan. Begrippen die we helaas in de Nederlandse taal ( en -haiku's) tegenwoordig eigenlijk nauwelijks tegenkomen.
De oogstmaan valt op of rond 23 september (tijdens de equinox - het tijdstip waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat), en van het licht dat de maan gaf maakte men vroeger dankbaar gebruik om langer door te werken tijdens het binnenhalen van de oogst.
De jachtmaan valt tussen 12 oktober en 10 november, en volgt op de oogstmaan. Vroeger moest men zich serieus op de winter voorbereiden, en als de laatste oogsten waren binnengehaald was dit het moment dat de jacht werd geopend om de wintervoorraden aan te vullen.

Bonchó zet hier met zijn vliegende stormen en de maan een prachtige najaarshaiku neer. In deze Nederlandse vertaling is keurig voldaan aan de traditionele 5-7-5 vorm, echter halverwege de tweede regel lijkt een komma de eerste regel pas af te sluiten, waarna een volgende (en laatste) regel begint. Zou de haiku in deze moderne tijd geschreven zijn dan zou het geheel naar mijn idee als tweeregelige haiku niet misstaan.




* De hierbovengenoemde haiku van Nozawa Bonchō vond ik op pagina 229 van de bundel 'Haiku. Een jonge maan' van J. van Tooren. Uitgeverij Meulenhoff. ISBN 90 3290 2764 9. Meer (vooral in het Engels vertaalde) haiku's van Bonchō zijn online op diverse plekken te vinden, bijvoorbeeld op http://thegreenleaf.co.uk/hp/Boncho/00boncho.htm

donderdag 13 oktober 2011

oude meesters (2)




In de rubriek ‘oude meesters’ wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!
Deze maand nogmaals een haiku van Yosa Buson¹:


Een bodemloze
emmer rolt heen en weer
in de najaarsstorm.


De haiku lezend en herlezend zie ik het beeld dat hier geschetst wordt steeds duidelijker voor me, en omdat ik van het najaar hou, is dat beeld aangenaam.
Ik zie een boerderij in een weids en kaal landschap. Binnen brandt de kachel, kaarsen zorgen voor spaarzame verlichting. Buiten jaagt een harde wind de wolken voort, en door het donkere weer valt de avond vroeg in. Ergens bij de achterdeur rolt en ratelt een omgevallen emmer, het geluid komt af en toe boven de wind uit.

En dat allemaal in zestien lettergrepen; een prachtig voorbeeld van ‘show, don’t tell’.

Wat me intrigeert is dat de emmer van Buson een bodemloze emmer is. Waarom? Een emmer zonder bodem heeft als emmer toch weinig nut meer. Deze herfsthaiku lijkt daarmee de nadruk te leggen op de vergankelijkheid.
(Toch leert even googelen dat een bodemloze emmer wel degelijk een functie kan hebben: een eenvoudig voorbeeld is dat een emmer zonder bodem rondom een plant kan worden ingegraven, om te voorkomen dat deze zich door de hele tuin verspreidt)

De vorm waarin deze haiku is neergezet spreekt me persoonlijk wat minder aan. Dat komt eigenlijk met name door de afgekapte eerste regel, die daardoor wat geforceerd overkomt. Helaas ben ik het Japans niet machtig, maar het zou interessant zijn om te weten wat de invloed van de vertaler is geweest in dit opzicht. In hoeverre speelt bijvoorbeeld het aantal lettergrepen hier een rol?

Hoe dan ook, de inhoud van de haiku maakt veel, zo niet alles, goed. Het inspireert tot allerlei beelden, en dan kan het zomaar gebeuren dat er een nieuwe haiku uit voortkomt. De herfst is immers niet alleen de onstuimigheid van een najaarsstorm, maar ook de stilte van de ochtendnevel, het verkleuren van bladeren, de ganzentrek die begint.
Het is zoals Buson zelf ooit zei: ‘de ware aard van de dingen is poëtisch.’





¹  uit ‘De maan in bezit’, met haiku’s van Yosa Buson (1716-1783).
In 1987 verschenen bij Uitgeverij Kairos, Soest. ISBN 90 70338 20 3

maandag 5 september 2011

oude meesters (1)

In de rubriek ‘oude meesters’ wordt eens per maand een haiku van één van de Japanse haikumeesters onder de (mijn) loep genomen. Wat vind ik ervan, wat haal ik eruit, wat doet het met me? Reacties zijn van harte welkom!
Deze eerste keer een vertaling van een haiku van Buson, die ik tegenkwam in het boek ‘Haiku, een jonge maan’ van J. van Tooren (uitgeverij Meulenhoff – ISBN 90 290 2764 9):


Een vleug van koelte,
als de tempelbelklanken
de bel verlaten.


Yosa Buson (1716-1783) beschrijft hier twee vluchtige, niet tastbare zaken die op hetzelfde moment plaatsvinden. Op het eerste oog hele triviale dingen: een kortstondige koele bries en het geluid van een bel in een tempel. Voor velen zouden ze voorbij gaan en vergeten worden.
De haiku roept echter een soort weemoed op, en in de laatste regel wordt duidelijk waarom. Hier wordt m.i. dan meteen ook de kern van de haiku geraakt: verlaten, dus afscheid nemen, weggaan, verandering.  
Elk afscheid van iets of iemand, of het nu gedwongen of vrijwillig is, brengt een zekere verandering met zich mee en is daarmee ook weer het begin van iets nieuws. Verandering betekent in veel gevallen vooruitgang, en ik weet uit eigen ervaring dat het openstaan voor veranderingen –ondanks de vaak innerlijke strijd in het begin (een vleug van koelte?)- uiteindelijk veel voldoening geeft.

De grootste charme van deze haiku bestaat voor mij wel uit de combinatie van woorden, en de soepelheid van de klanken bij het hardop lezen.  Probeer het maar eens. Wie hoort in gedachten niet de tempelbel (klankschaal?) en voelt niet even een koelte? Buson heeft hiermee een wonderbaarlijke haiku neergezet.

Verrassend is de compleet andere vertaling die in het boek ‘Buson, de maan in bezit’  (een bloemlezing uit het werk van Buson door Uitgeverij Kairos  - ISBN 90 70338 20 3) staat:


Koelte –
van de klok maakt zich vrij
de stem van de klok.



In tegenstelling tot de vertaling van J. van Tooren, die toch wel gebaseerd moet zijn op hetzelfde origineel uit het Japans, is doet deze versie haast zakelijk aan. Niet dat de ene vertaling beter of slechter is dan de andere, de haiku blijft even prachtig. Toch gaat mijn voorkeur zonder twijfel uit naar de tempelbelklanken, dat mag duidelijk zijn. Maar over smaak valt niet te twisten.